Op 16 juli 1942 vond er in Parijs een grootscheepse razzia plaats, waarbij 13.000 joden (mannen, vrouwen, kinderen) werden opgepakt. De Franse autoriteiten verleenden alle medewerking, waarbij ze hun geweten susten met de wetenschap dat (nu nog) alleen joden die niet de Franse nationaliteit hadden het doelwit waren. Voordat ze op transport werden gezet werden de gevangenen eerst voor zo'n vijf dagen samengebracht in een groot overdekt wielerstadion: het Vélodrome d'Hiver. Er waren helemaal geen voorzieningen getroffen en de toestanden in dit sportpaleis waren dan ook onbeschrijfelijk. Er waren slechts een paar artsen en verpleegsters.

In films is er nog nauwelijks aandacht besteed aan deze gebeurtenis, waar ook geen foto's van bestaan. Maar onderzoeksjournaliste Roselyne Bosch vond dat er een speelfilm over gemaakt moest worden. Niet voor het verleden, maar voor de toekomst. Na jaren research kon 'La rafle' (de razzia) vorig jaar gedraaid worden.
We volgen een groepje gezinnen in Montmartre. In juni 1942 moesten de joden een gele ster gaan dragen, maar van de meester van de 11-jarige Joseph Weissman mag niemand daarmee geplaagd worden. Ook op de verpleegstersopleiding waar de niet-joodse Annette Monod (Mélanie Laurent, Le concert) afstudeert, trekt men zich niets aan van het verbod joden een opleiding te laten volgen. Dan komt de actie van 16 juli, waar de Duitsers zelf bijna niets voor hoefden te doen, zo braaf volgde de Franse politie, gelegitimeerd door Pétains Vichy-regering van het niet-bezette deel van Frankrijk, de instructies.
De film toont de gebeurtenissen vooral door de ogen van een aantal kinderen en van Annette Monod, die te werk wordt gesteld in het Vélodrome en met de gevangenen meereist naar het eerste doorvoerkamp, dat nog in Frankrijk ligt. Alles wat de film vertelt is waargebeurd. De echte Joseph Weissman is even te zien in de wielerbaan.