Er zijn twee manieren waarop de Nazi's hun hand wisten te leggen op roofkunst: door elk spoor van de zogenaamde 'ontaarde kunst' uit te wissen en door de brutale, systematische diefstal van klassieke en moderne kunst uit heel bezet Europa. 80 jaar zijn verstreken, sinds het naziregime in 1937 de 'ontaarde kunst' middels een tentoonstelling in München definitief in de ban deed. Deze kunst werd daarbij publiekelijk gestigmatiseerd. Tegelijkertijd werd een tentoonstelling georganiseerd om 'pure, Arische kunst' te verheerlijken. Dit was 'De Grote Tentoonstelling van Duitse Kunst'.

Op dat moment begon ook de kunstroof uit musea in alle bezette delen van Europa en uit de huizen van verzamelaars en Joden. Meesterwerken werden in beslag genomen en bestemd voor een museum dat Hitler wilde stichten, het Louvre van Linz - een project dat nimmer verder kwam dan de tekentafel. Vele werken verdwenen ook naar Carinhall, een privéresidentie van Herman Göring, de andere hoofdrolspeler in deze Europese kunstroof.

De aantallen geroofde kunstwerken uit Duitse musea lopen op tot wel 16.000 en tot 5 miljoen uit heel Europa. Kunstenaars op de zwarte lijst waren Max Beckmann, Paul Klee, Oskar Kokoschka, Otto Dix, Marc Chagall, El Lissitzky. Op museummuren stond geschreven 'incompetente charlatans' of 'een belediging voor de Duitse helden uit WO I' of 'decadentie, geëxploiteerd voor commerciële doeleinden'.

De documentaire ‘Hitler versus Picasso and the Others’ brengt ons naar Parijs, New York, Holland en Duitsland. We zien vier grote tentoonstellingen die alle omstandigheden rondom de roofkunst belichten, recent teruggevonden werken en kostbaar archiefmateriaal. En we horen de ontroerende verhalen van mensen die direct bij de gebeurtenissen betrokken waren. Acteur Toni Servillo is de achtergrondverteller.

Arts in Cinema
Met ‘Arts in Cinema’ zijn we in mei een nieuw kunstprogramma gestart, met maandelijks (t/m september) een andere kunstfilm. 

Modal Title

Any content could go in here.

×